Nee, ik heb er geen één: geen BB, zo ook geen NB of een Ifoon. Wel een mobiel maar zonder internet en dan telt het niet. Ik twitter en ik PING niet. En daarom zal ik er wel wat van vinden dat mijn eigen kinderen, gisteren op de verjaardag van hun broer deze apparaten gewoon bezigden. Niet continu maar toch echt te vaak om er uiteindelijk ook iets van te zeggen.
‘Hallo… zijn wij zo ongelooflijk ongezellig (en zo jaren 60), dat je je ‘virtuele’ vriendjes nodig hebt om de tijd hier door te komen?’
Slaat de onrust zo toe als je vijf minuten niet weet wie of er wat roept, een biertje neemt, het koud vindt of op stap gaat? Zonder jou? Maar wel met zijn BB uiteraard. Misschien stuurden mijn kroost wel een hele zachte, stiekeme PING uit, dat het hier ZO SAAI is. Maar ja, het is je wel broer, hè?
Nu even kijkend naar mezelf. Ik heb dan wel niet al die hippe dingen, maar ik val in slaap met Mac naast me, waarop ik snel nog een stevig woord bij een webfreud nepvriend heb neergeklapt om ’s morgens na het wakker worden, meteen te kijken wat of de nickname daarop te zeggen had. Op mijn werk moet ik wel achter een PC en mijn freelance werk is helaas ook niet Mac-vrij. Ik doe niet aan twitter maar ben wel actief op FB en Linkedin.
Kunnen we nog wel zonder? Nee, natuurlijk niet. Maar zijn wij, is de jeugd, nog wel in staat om een paar momenten buiten die, al dan niet grote vensters te kunnen. TV verslaving vinden we al vrij gewoon toch? Zelfs zoiets eerlijks als een boek moesten we ook al zo nodig vervangen door een scherm.
Kunnen we nog wel terug naar de stilte en genieten van wat er om ons heen gebeurd? Of gaan we gewoon door met onze schermpjes terwijl er misschien wel een heel mooi echt mens naast je zit, gewoon binnen handbereik? Ik vraag het maar even…