vakantie voorbij

Het laatste weekend van onze vakantie is aangebroken. We balen ontzettend. We willen nog niet weg van het strand. Daar snappen veel mensen natuurlijk niets van met al die regen. Het is toch geen strandweer, roepen ze. Tja, denk ik dan, ga maar weer uitleggen waarom je hier zo graag rondhang, weer of geen weer. Straks zit ik weer dagelijks achter de pc, leef ik weer op de klok, ren ik met de stofzuiger door het huis en zucht ik door de telefoon tegen de callcenter medewerk(st)er dat ik nog steeds geen nieuwe beveiligingssloten en abonnementen van wat dan ook wil. Tal van verplichtingen die onder de noemer ‘dagelijkse ritme’ vallen. Ik wil liever nog even genieten van die mooie, rustige ochtenden, een frisse duik in de zee nemen en turen naar de ondergaande zon. Het eenvoudige buitenleven hier bevalt me, dat heeft ook een ritme. Ik wilde bijna schrijven primitieve leven, maar dat is niet waar: we bezitten hier een douche en ook zonnepanelen zijn niet bepaald primitief te noemen. Hier blijkt wel dat je eigenlijk niet veel nodig hebt om het goed te hebben. We slepen om de twee dagen verse boodschappen hier naar toe, werken ons in vijftien minuten door het ‘huishouden’ heen om daarna in een boek van Dan Brown, Kluun of Saskia Noort te duiken. Spirituele boeken doen het hier ook goed. Eten als je honger hebt en slapen als je moe bent. Wie wil er niet zo leven, gewoon luisteren naar je lijf.

Aan het einde van de dag wordt er geborreld met diegene die zin hebben om aan onze stamtafel aan te schuiven, tot het moment aanbreekt dat er hongerige kinderen naar ons toekomen met de vraag wanneer en wat we gaan eten. Het kan dan zomaar gebeuren dat we ons samenzijn verlengen met een groot gezamenlijk diner. Ieder kookt zijn eigen potje en als het nodig is zetten we de tafels van de buren ernaast.

vallende sterren

Afijn, de vakantie is voorbij en maandag gaan we weer naar het werk. Daar wil ik nu nog niet aan denken. Ik wil nog even van deze windstille avond genieten. Het is zelfs prettig om nog buiten op het zand te zitten. We zoeken de gezelligheid op bij strandburen die een vuurkorf en kaarsjes hebben branden. Augustus is de maand van de vallende sterren, maar omdat we de meeste avonden bij een brandend gelpotje onder onze luifel doorbrachten, hebben we er nog geen één gezien. Misschien dan vanavond. De lucht is helder en we turen geregeld naar boven. We willen allemaal graag een wens doen, ik heb er ook één. Sommige van ons hebben al een vallende ster gezien, ik ben steeds te laat. Maandag moet ik dus gewoon naar mijn werk.